Laat ons in contact blijven!

Brakesection Magazine

In het archief: Het einde van het Meli-tijdperk

#2 (Juni 2017)

In het archief: Het einde van het Meli-tijdperk

In het archief: Het einde van het Meli-tijdperk

Een onopvallend aardappelveld dicht bij de kust – het klinkt niet echt betoverend, en dat is het niet. Zelfs het fraaiste pattatenveld trekt geen enkele toerist. Maar toch was het dat wat Alberic Floorizone kocht, en wat uiteindelijk de basis zou leggen voor één van de meest bezochte toeristische trekpleisters van België. En het begon allemaal met een bijenkast. 

Bijen

Om tot het punt te komen waarop de oude Meli aan Studio 100 en VTM werd verkocht, moeten we eerst uitleggen wat voor park Meli was. En wie Meli zegt, denkt aan Alberic Florizoone. Het was deze imker die het veld nabij Adinkerke kocht, waar het eerste spektakel in 1935 een doorzichtige bijenkast was. Er werd een cafeetje gebouwd waar Alberic elke welwillende luisteraar vertelde over de wondere wereld van de bijen. Steeds meer volk trok naar De Panne, en er werd een draaimolen voor de kleinsten op het terrein gezet. Later kwam er nog een sprookjestuin bij. Meli-Park was geboren.

Attracties?

Leuk weetje: niet zo heel ver, ook in West-Vlaanderen, bouwde Albert Florizoone (de halfbroer van Alberic) een safaripark dat bekend zou staan als Bellewaerde. Voor Luc, de zoon van Albert Florizoone, was het duidelijk dat zijn park mechanische attracties moest bouwen om relevant te blijven in de toekomst. Zo bouwde hij in 1979 een log flume, in navolging van Walibi. Het was een echt succes voor het Ieperse park.

Maar Alberic was geen fan van mechanische attracties. Voor hem kwamen de bezoekers voor de bijtjes, en de vogels die je toen nog kon bezoeken in de grote volières. De honinggebonden activiteiten die al sinds het prille begin de basis van het park vormden werkten ook gewoon. Tenminste, gedurende een tijdje. Terwijl de kinderen van Alberic samen droomden en brainstormden over nieuwe attracties en grote uitbreidingen, stak de vader er altijd een stokje voor – zoals bij veel familiebedrijven het geval was, was de wil van de vader de wet. Zijn redenering was niet onjuist: als je kinderen vroeg wat ze het leukste vonden in het park, antwoorden ze meestal met het sprookjesbos of de kinderboerderij.

Natuurlijk kende Meli-Park wel enkele attracties. De keverbaan, het schommelschip en natuurlijk het Apirama vormden de ruggengraat van het attractie-aanbod, later aangevuld door de boomstammenbaan en de panoramic. Maar terwijl Meli de boomstammenbaan opende als hun grootste en spannendste attractie, kon je al in elk pretpark van betekenis in het land een boomstammenbaan uitproberen. In de andere Belgische parken werden er grotere attractie toegevoegd en Meli kreeg stilletjes aan het imago van een stoffig, haast ‘saai’ park te zijn tegenover een Bellewaerde of Walibi. Zelfs concullega’s van de groep Belgoparks waren niet mals voor Meli-Park. Bobbejaan Schoepen, nochtans bevriend met Florizoone, zei eens het volgende over het park:

“Wij zijn één keer bij Meli op bezoek geweest. Wij reden voorbij de ouderlijke villa en oeps… Ik zeg tegen mijn vrouw: ‘Ge zijt al te ver, Meli ligt al achter ons.’ Dat ding was nauwelijks 70 meter lang.”

1992 – Alberic Florizoone overlijdt

De oprichter van België’s eerste pretpark overlijdt in 1992. De imker van weleer was niet meer, maar de kinderen van Florizoone staan klaar om het familiebedrijf te redden. Eén probleem: het park maakte geen winst meer in de jaren negentig. Hoewel de bezoekersaantallen steeds boven het half miljoen bleven, geraakten veel mensen binnen met goedkope tickets. Bij een pot honing van Meli kon je bijvoorbeeld al een voordeelticket krijgen.

Natuurlijk lag het niet alleen hieraan: de concurrentie in het Europese pretparklandschap stond in het begin van de jaren negentig op zijn scherpst. Euro Disney zou openen in 1992, en Meli-Park had zoveel achterstand in zijn attractie-aanbod na jaren van kleinschalige investeringen dat ze onmogelijk konden bijbenen. Een gebrek aan visie mag ook zeker vermeld worden. De kinderen van Florizoone hadden allemaal hun eigen plannen met het park, en vaak ontbrak het aan een overeenkomst.

Het park kent een gigantische neerwaartse spiraal in de jaren negentig: bezoekers kwamen niet omdat er geen spectaculaire attracties stonden, die niet gebouwd konden worden door het gebrek aan betalende bezoekers. Het park probeerde wel en haalde verschillende crisismanagers binnen. Ook werden er kermisattracties, al dan niet tijdelijk, in het park geplaatst.

Nog een probleem was dat het snoeien in de kosten, bijvoorbeeld bij personeel, extreem gevoelig lag: de sociale Alberic Florizoone was goed gekend onder zijn werknemers en de meeste families van het personeel waren ook bevriend met de familie Florizoone. Zomaar mensen de laan uit sturen zou tot heel wat gedoe hebben geleid, waar niemand in de familie zin in had. Bobbejaan zei over de situatie dat bij hem “die klaplopers al lang buiten hadden gelegen”.

In 1998 ging het park voor 35 miljoen frank in het rood. Het familiekapitaal werd deels opgeofferd in een poging het park te redden, en ook veel van de privé-gronden van de familie werden verkocht. Maar het mocht niet baten. Zelfs al had het park in deze onstuimige periode open kunnen blijven, ze hadden nooit kunnen investeren zoals de concurrenten dat toen deden. Bobbejaanland opende nog steeds jaarlijks (meerdere) attracties, en Premier Parks was net neergedaald in Europa. Begin juni 1999 werd het onvermijdelijke bekend gemaakt: de familie Florizoone verkocht het park en ging zich terug focussen op hun honingbedrijf.

Incoming Studio 100

Voor veel topmanagers en bekende figuren bij Studio 100 was een eigen pretpark al jarenlang een droom. Onder andere Danny Verbiest (de stem van Samson) en Gert Verhulst zelf zagen het helemaal zitten, maar bleven met beide voetjes op de grond: ze wisten dat een volledig nieuw pretpark uit de grond stampen onhaalbaar was. Eind jaren negentig doken er geruchten op dat het toen nog veel kleinere Studio 100 geïnteresseerd was in Boudewijnpark in Brugge. Dat bleek te kloppen, maar onderhandelingen draaiden op niets uit. Gesprekken met het Meli-Park vormden de basis van de droom over een Studio 100-pretpark.

Ook al was het park verlieslatend en stond er niet zo heel veel, de aankoopkost lag te hoog voor het jonge Studio 100. VMM (de moedermaatschapij van tv-zender VTM) nam een groot deel van de aankoop op zich. Eric Claeys, de toenmalige CEO van VMM, hield het nuchter. “Wij doen dit op z’n Vlaams, niet op zijn Amerikaans. U moet van ons geen superspektakel verwachten. Daar hebben we trouwens geen geld voor. Wij investeren in het hele park op één jaar evenveel als onze Amerikaanse concurrenten in één enkele attractie.”

Een frisse wind

Het was een gok om een verlieslatend park over te nemen en er vervolgens nog miljoenen in te pompen: maar zoals alle lezers vast wel weten, is het goed uitgedraaid. Ondanks dat er slechts vier nieuwe attracties waren – als je het omgetoverde Apirama meerekent tenminste – en het park slechts van eind april tot eind september geopend was, werd het vooropgestelde doel van zeshonderdduizend betalende bezoekers gehaald. Plopsaland was, dankzij de grote bekendheid van Studio 100 en VTM, een instant succes. Studio 100-oprichter Gert Verhulst zag hoe de Belgische pretparken zich ontwikkelden, maar keek verder dan dat. “Het is niet de bedoeling om grotere en snellere attracties te bouwen dan de concurrentie, maar naar de inhoud toe moeten we vooral goed zijn”, aldus Verhulst vlak na de overname.

Het was natuurlijk niet allemaal simpel voor Plopsa: al vanaf de opening van het park was de investering in een grote, moderne theaterzaal een prioriteit. Het Plopsa Theater kwam er uiteindelijk pas in 2013.

Hoewel Meli voor het grootste deel meteen geschiedenis was, zorgde dat wel voor één probleem: de Franstalige bezoekers, die ongeveer de helft van de bezoekers van Meli vertegenwoordigden, kenden de Studio 100-figuurtjes niet. Hans Bourlon zei daarover: “Als wij een heel leuk park uitbouwen waar mensen zich thuis voelen, dan is er een meerwaarde voor het Nederlandstalig publiek – omdat Samson en Gert, Plop en Big en Betsy erin zitten – maar de Franstaligen zullen daar geen problemen mee hebben. Als het maar een goed park is.” Toch was er een grote terugval in het aandeel Franstalige bezoekers in de eerste jaren van Plopsaland, en ongetwijfeld was het daarom dat in 2007 Franse en Waalse kinderen konden genieten van ‘Lutin Plop’ en ‘Fred et Samson’.

Meer artikels uit #2 (Juni 2017)

Met heel veel dank aan onze sponsors:

To Top