Laat ons in contact blijven!

Brakesection Magazine

Op de werkvloer: Attracties bedienen in Bobbejaanland

#2 (Juni 2016)

Op de werkvloer: Attracties bedienen in Bobbejaanland

Foto: Kristof Vandoninck

Op de werkvloer: Attracties bedienen in Bobbejaanland

Dagelijks zorgen ze ervoor dat we een ritje kunnen maken op onze favoriete attractie: de attractie-operators. In dit nummer volgen we Bart De Coster uit Bobbejaanland om te kijken hoe zijn werkdag eruit ziet. Hij neemt ons mee naar de Dreamcatcher en al snel wordt duidelijk dat attractie-bediende zijn meer is dan de hele dag op een knopje duwen.

Hoe ben je bij Bobbejaanland terechtgekomen?

Bart: Die pretparkmicrobe heeft er van kinds af aan al ingezeten. Zo was het bijvoorbeeld de traditie om na een communie de auto in te stappen en richting Bobbejaanland te rijden. Als kind kon ik de dag voor een pretparkbezoek ook niet slapen. Dagen op voorhand zat ik al in boekjes te bladeren van Bobbejaanland, verlangend naar die uitstap. ’s Morgens stond ik dan al vroeg aan mijn vaders bed om hem wakker te maken, en die was daar niet altijd even blij mee na een zware werkweek (lacht). Later, in 2003, ging ik zelfs drie tot vier keer per week naar het plezantste land. Gewoon om een terrasje te doen of met de werknemers een babbeltje te slaan en natuurlijk om van de attracties te genieten.

Na mijn studies ben ik dan vijf jaar gaan werken in de frituur van mijn vader, maar die werd in 2004 verkocht wegens zijn onverwachts overlijden. Ik ben toen eerst gaan solliciteren bij Walibi Belgium, omdat dat dichter bij huis was, maar uiteindelijk is het mijn thuispark Bobbejaanland geworden. Op 22 april 2004 was mijn eerste werkdag (aan El Paso) en nu, dertien seizoenen later, sta ik hier nog steeds met evenveel plezier!

Die pretparkmicrobe, is dat iets wat je echt moet hebben als pretparkmedewerker?

Bart: Ik denk het wel… Er wordt zelfs een beetje naar gekeken bij de sollicitaties. Je moet natuurlijk geen freak zijn (lacht), maar een beetje kennis van attracties en pretparken komt wel van pas.

Je hebt die passie ook nodig om er alle dagen met volle goesting te staan en om er steeds opnieuw een leuke dag van te maken voor de bezoekers. Wij staan daar in weer en wind, het is niet alle dagen zomer, zon en feest, maar op zo’n dagen is het de kunst om dat tikkeltje extra aan te kunnen bieden. Interactie met elke bezoeker vind ik bijvoorbeeld erg belangrijk: een vriendelijke lach, een complimentje of vragen hoe hun dag was… Het zorgt ervoor dat bezoekers zich welkom en belangrijk voelen.

Een dag als attractie-operator, hoe ziet dat er nu precies uit?

Bart: ’s Morgens, een uur voor parkopening, komen wij aan onze attractie aan waar een papier ligt dat de attractie die dag gekeurd en getest is door de mecaniciens. Vervolgens doen wij onze controleronde. Dat wil zeggen dat we controleren of alle omheiningen nog in orde zijn, we klimmen op de lifthills van de achtbanen om onder andere de rollback te controleren en inspecteren de baan of er nergens obstakels zijn zoals omgewaaide bomen of takken. Daarna starten we de attractie op en doen we twee verplichte testritten. Moesten er dan problemen zijn, bellen we naar het onthaal, maar anders kan de attractie open.

Doorheen de dag kan je aan de attracties twee verschillende functies hebben. Ofwel ben je eerste man en ben je die dag verantwoordelijk voor je attractie. Je zit dan meestal aan het bedieningspaneel en houdt de hele attractie in de gaten om in te grijpen, moest er ergens een fout gebeuren. Anderzijds heb je de tweede (of derde) man die bezoekers in de attractie begeleidt en de beugels controleert.

Het werk is vooral mentaal zwaar, omdat je constant met mensenlevens werkt, hoewel het soms ook fysiek zwaar kan zijn, denk maar aan het sleuren met de boten bij de Big Bang.

En dan sluit het park, maar dan stopt het wellicht nog niet voor jou?

Bart: Nee inderdaad, dan begint het eigenlijk pas. We moeten dan de attractie afsluiten en poetsen, inclusief de wachtrij en de omgeving. Dat loopt toch al gauw op tot een uur of zelfs langer.

Wat vind je het leukste aan je job?

Bart: De afwisseling. Elke dag is anders: een andere attractie, andere collega’s, andere bezoekers… Die verscheidenheid maakt het werk leuk. Elke attractie heeft ook zijn eigenheid en zijn eigen omgeving, een Dreamcatcher is geen El Rio he…

Wat ik ook tof vond, waren de 2,5 jaren van mijn Bobbejaanlandcarrière dat ik aan de inkompoort stond. ’s Ochtens verwelkomde ik dan bezoekers om tegen de middag aflossingen te gaan doen, wat ook weer veel variatie in je werkdag bracht. Je staat een half uurtje aan de ene attractie, daarna weer een half uur aan de andere, en dat vier uur aan een stuk. Aan het einde van de werkdag verhuisde ik dan terug naar de inkom waar ik de bezoekers uitwuifde en enquêtes afnam. Die dagen vlogen echt voorbij.

Je zegt dat elke attractie zijn eigenheid heeft, welke vind je dan de leukste om te bedienen?

Bart: Zonder twijfel de Sledge Hammer, daar teken ik voor! Dat is zo een mastodont van een attractie… Ook de doelgroep die er komt vind ik het leukst om mee te werken. Bovendien heb je bij goed weer de hele dag zon (lacht).

Wat geeft je het meeste voldoening in je job?

Bart: Een lach op de mensen hun kunnen toveren. Als je een kind kan overhalen om toch in de attractie te stappen en wanneer die terug in het station aankomt en opgewekt vraagt om nog eens te gaan, dat geeft superveel voldoening. Ook een bedankje van de mensen krijgen, is leuk . Ik doe maar gewoon mijn job, maar ik maak er honderden mensen per dag gelukkig mee. Dat is geweldig om te doen!

Wat is het leukste dat je hebt meegemaakt?

Bart: De opening van Dizz, die vond ik supermooi! Dat vuurwerk, al die dansers en danseressen op de lift hill en remmen, de perfect getimede muziek… Het station was zelfs veranderd in een discotheek. Ook bij The Forbidden Caves was het een feest. Openingen van attracties zijn keer op keer fantastische momenten om op terug te blikken.

Om af te sluiten, Bart, heb je nog een leuke anekdote voor ons?

Bart: Zoveel! Destijds was ik aan de inmiddels verwijderde Trapeze Tower aan het borstelen toen ik plots nattigheid in mijn nek voelde. Ik hoopte dat het een gevallen blikje frisdrank was, maar het bleek een kleuter te zijn die zich niet meer kon inhouden. Ik heb toen naar Jacky Schoepen gebeld en zei: “Ja Jacky, ik gezegd dat als ik hier kom werken, ik niet op mijne kop ga laten kakken, maar ja, nu hebben ze wel op mijne kop gepist…” Dat is iets wat mij altijd is bijgebleven. De rest moeten de lezers me maar zelf komen vragen in Bobbejaanland.

Meer artikels uit #2 (Juni 2016)

Met heel veel dank aan onze sponsors:

To Top