Laat ons in contact blijven!

Brakesection Magazine

In het archief: Wat ging er mis met Six Flags in Europa?

#1 (April 2017)

In het archief: Wat ging er mis met Six Flags in Europa?

Foto: Six Flags Belgium

In het archief: Wat ging er mis met Six Flags in Europa?

Six Flags Belgium. De ene fan spreekt die naam uit op een spottende toon, alsof ze de grootste expansiefase in de Belgische pretparkgeschiedenis een gigantische blamage vinden. Anderen treuren nog steeds dat de Amerikaanse pretparkketen zijn Belgische vertegenwoordigers – samen met de rest van hun Europese parken – heeft afgestoten. Maar waarom is dat nu precies gebeurd?

We nemen je mee naar een woelige periode in de tijd, scheiden de broodje aap-verhalen van de realiteit en leiden je stapsgewijs tot het antwoord op die vraag. Maar laten we eerst de decors bouwen vooraleer het toneel van start gaat.

Walibi anno 1990

De volledige geschiedenis van Walibi Belgium bespreken is hier niet aan de orde, maar sommige aspecten uit het lange verhaal van het groeiende Walibi-imperium zijn van noodzakelijk belang om ook de Six Flags-flop te begrijpen. Eddy Meeùs is de man achter Walibi en deze man zag het groots. Zijn visie was kortweg om een bedrijf op te starten, het groter te laten worden, en het uiteindelijk op een hoogtepunt met een zo groot mogelijke winst te verkopen.

Van een verkoop was echter geen sprake aan het eind van de jaren tachtig. De Walibi-groep ontstond en het Franse Walibi Rhône-Alpes werd het eerste nieuwe lid. Meerdere Europese pret- en waterparken volgden al vlug. Het Flevohof, Bellewaerde Park, Big Bang Schtroumpf: het was slechts het topje van de ijsberg. Ook werden er nieuwe parken gebouwd, waaronder Mini-Europa en Walibi Aquitaine.

Het hoeft geen uitleg dat de zaken die Meeùs deed vaak een enorm risico bevatten. Aan zo’n snel tempo groeien hing een enorm prijskaartje. Toen in 1989 Parc Astérix en in 1992 het Europese Disney-resort openden, verloor Walibi Wavre honderdduizend Franse bezoekers. Toch wist het park dat te compenseren en bleven de bezoekersaantallen groeien in 1993 en 1994. De inkomsten waren zeker nodig, want in 1993 sloot het Flevohof een jaar lang de poorten om omgetoverd te worden tot een Walibi-waardig park. Er ging in totaal zo’n twintig miljoen euro naar die ombouw, wat dubbel zoveel was als het geplande budget. Gelukkig werd ook deze gewaagde investering een succes.

De beursgenoteerde Walibi-groep verkeerde dus niet in kalme vaarwateren, maar wist zich stand te houden in de wilde golven van financiële risico’s, moordende concurrentie en zomers met slecht weer. Toen zich in 1997 echter een kans aandeed om bijna de hele groep te verkopen, was het voor Eddy Meeùs geen lastige kwestie. Het lag in de lijn van zijn filosofie om de zaken die hij opstartte door te verkopen als ze groot waren geworden. Bovendien was Premier Parks de potentiële koper, een keten die erom bekend stond om in alle parken die ze aankochten fel te investeren. Een letterlijk citaat uit De Tijd over de overname anno 1997 leek wel een voorbode op wat de toekomst zou brengen:

“Bovendien kiest Premier Parks ervoor de pretparken die het overneemt, hun eigenheid te laten en ze als het ware op maat toe te snijden van hun eigen specifieke markten. Dat levert een flexibiliteit op die pretparkketens met één merknaam en één enkel concept, zoals bijvoorbeeld Six Flags in de Verenigde Staten, niet hebben.”

Premier parks 

Het verhaal van Premier Parks als parkenuitbater begon in 1982 bij de aankoop van Frontier City in Oklahoma. Oorspronkelijk heeft het bedrijf, toen nog bekend als Tierco Group, weinig interesse in het uitbaten van pretparken. Wanneer echter na enkele jaren beslist wordt om het park een financiële injectie te geven en te heropwaarderen, worden bezoekersaantallen en opbrengsten in korte tijd verviervoudigd. Hierdoor aangedreven focust het park zich op deze markt en begint het een heleboel Amerikaanse parken over te nemen. De succesformule die ze voor het eerst hebben toegepast in Frontier City werd de nieuwe norm.

In 1997 is het bedrijf één van de grootste parkengroepen ter wereld. Ze baten tientallen pret- en waterparken uit op eigen bodem, maar richten ook hun pijlen op de Europese markt. Uiteraard is het de Walibi-groep die aangekocht wordt. In 1999 volgen nog twee grote Europese parken: Warner Bros Movie World in Duitsland en het nog in opbouw zijnde Warner-park in Madrid.

Aanvankelijk blijft het rustig na de overname. Er worden nieuwe attracties toegevoegd, zoals Vampire in Walibi, en Het Magische Huis van Houdini en de Screaming Eagle in Bellewaerde. 1999 werd een recordjaar voor veel pretparken, waaronder het Europese paradepaardje Walibi Belgium: het park kreeg driehonderdduizend extra bezoekers over de vloer, ruim de helft meer dan verwacht. De toekomst voor Premier Parks zag er rooskleurig uit.

De overname van Six Flags

Maar Premier Parks wilde steeds meer en kocht in 1998 voor het astronomische bedrag van bijna 3,5 miljard Amerikaanse Dollar een gigantische pretparkketen: Six Flags. Bijna vijftig pretparken verspreid over heel Noord-Amerika en Europa stonden onder het beheer van de groep, en als men dacht dat de investering van de aankoop zich eerst moest terugbetalen vooraleer de parken wat nieuwigheden kregen, dan dacht men verkeerd.

Al snel werd de beslissing gemaakt om bepaalde parken van Premier Parks te rebranden naar Six Flags. Voorbeelden zijn Elitch Gardens en Geauga Lake in de States, maar ook La Ronde in Canada en voor ons interessanter: Walibi Flevo. Het Nederlandse Walibi-park had veel meer uitbreidingsmogelijkheden en lag bovendien, net als veel Amerikaanse coasterparken, ver weg van bebouwing. Het park kreeg een ongeziene transformatie. Hoewel de parken best al wel verwend werden onder Premier Parks, was een rebranding naar Six Flags een garantie op een ongelofelijke attractie-injectie. Six Flags Holland, zoals het park vanaf 2000 heette, kreeg maar liefst dertig nieuwe attracties waarvan vier achtbanen. Het park verdubbelde dit jaar in één klap zijn bezoekersaantal.

Six Flags Belgium

Aan het einde van het jaar 2000, het eerste seizoen van Six Flags Holland, werd het tweede Europese park dat de transformatie zou krijgen aangekondigd: Walibi Wavre zou Six Flags Belgium worden. Voor rollercoasterfans natuurlijk enorm spannend, maar er was ook de nodige tegenwind. Six Flags stond erom bekend grote achtbanen en thrillrides toe te voegen en zich zo meer te concentreren op de jeugd dan op families. Oprichter Eddy Meeùs vond het jammer dat het park niet ‘Walibi Six Flags’ werd gedoopt, opdat er toch een band met het verleden in de naam verwerkt zou blijven zitten. Hij overleed aan het einde van het eerste seizoen van Six Flags Belgium.

De transformatie bracht inderdaad veel nieuwe attracties. Ongeveer de helft van de huidige attracties in het park zijn gebouwd onder de naam Six Flags. Niet alleen grote achtbanen zoals Loup-Garou en Cobra, maar ook beide kindergebieden en opvullers als Salsa Y Fiesta kwamen erbij. Daar stond tegenover dat van het originele park weinig overbleef. Niet dat er een heleboel attracties het park verlieten, maar de originele sfeer was wel ver te zoeken. De Looney Tunes werden het nieuwe uithangbord en van de klassieke kangoeroe was geen spoor meer te vinden in het park. De oude garde die nog steeds in het management van het park zetelde, wilde zich graag focussen op Belgische stripfiguren als mascottes zoals men dat gedaan had in Lucky Luke City, maar de Amerikaanse pretparkketen had hier niet de minste interesse in. Zij voorspelden dat de smaak van de Europeanen weinig verschilde van die van Amerikanen.

Er werd zo’n 30 miljoen euro – toen uiteraard nog in frank – uitgegeven aan de metamorfose. Om deze grote kost te compenseren maakte Six Flags de toegangsprijs fiks duurder: een dagticketje kostte in 2001 zo’n 27,25 euro, bijna tien euro duurder dan het jaar ervoor. Een jaarabonnement daarentegen kostte nog geen vijf euro meer (32,20 euro). In Europa was Six Flags de pionier van zulke goedkope abonnementen en die trend is vandaag nog steeds zeer voelbaar in België. Zo’n goedkope jaarpas droeg uiteraard sterk bij aan het bezoekersaantal en al snel bestond 40% van de bezoekers uit abonnees. Daarmee kreeg Six Flags Belgium steeds meer het imago van een park te zijn met lange rijen, en dat bovenop hun imago als jongerenpark.

De val van Six Flags

Bezoekerscijfers stegen en op het eerste zicht was Six Flags goed bezig. Veel bezoekers betekent veel winst en dat ze veel winst maakten bewezen de nieuwe attracties die bleven komen. Six Flags Belgium kreeg de bejubelde, moderne darkride Challenge of Tutankhamon en Six Flags Holland de nog geliefdere megacoaster Goliath. Six Flags is een beursgenoteerd bedrijf en geeft geen exacte cijfers vrij, dus we zullen waarschijnlijk nooit weten hoeveel winst de parken echt maakten, maar de bezoekerscijfers logen er alvast niet om.

2002 was echter een jaar met enorm slecht weer in de Verenigde Staten. Het hele voorjaar lang trokken de parken van Six Flags aan de andere kant van de oceaan minder bezoekers. De verwachte stijging van 7 à 8 procent in het eerste kwartaal bleef uit en er werd die periode een nettoverlies geboekt van 5,96 miljoen dollar. Dat terwijl men het jaar ervoor nog een winst had van 13,4 miljoen dollar. De Europese parken deden het echter niet slecht in 2002. Er was daar nog steeds een groei van de bezoekersaantallen, maar het was niet zoveel als de Amerikanen gehoopt hadden.

De neerwaartse spiraal begon: Six Flags had een dramatisch jaar in 2002 en ondanks dat er in bijna alle parken nieuwe attracties bijgebouwd werden, zette de trend zich verder in 2003. Met naar verluid een nettoverlies over deze periode van twee jaar van maar liefst 168 miljoen dollar en een lening van 2,5 miljard dollar voor de overname van Six Flags door Premier Parks, leek er geen gelukkig einde in zicht voor de groep. In 2004 gebeurde het onvermijdelijke: de parkengroep met de meeste parken ter wereld viel uiteen.

Overnames

De Europese parken waren het offer dat Six Flags bereid was te brengen om hun Amerikaanse parken te redden. De originele Walibi-parken, Bellewaerde en Warner Bros Movie World Germany werden verkocht aan de Britse investeringsmaatschappij Palamon. Ook het minst goed presterende park in Noord-Amerika, Six Flags Worlds of Adventure (later bekend als Geauga Lake), werd verkocht aan concurrent Cedar Fair. Een heus domino-effect volgde en talloze parken werden opgekocht door andere groepen, werden opnieuw onafhankelijk of sloten de deuren en als klap op de vuurpijl werd in 2005 Six Flags New Orleans zo goed als verwoest door orkaan Katrina. Niet in staat de schade te repareren en het park te heropenen, werd beslist om het park definitief te sluiten en de grond te verkopen. Ondertussen zijn er plannen om het park te heropenen, maar daar heeft Six Flags niets mee te maken.

Six Flags maakte geen winst op de parken die ze verkochten. Op de Europese groep boekten ze een verlies van 220 miljoen dollar en op Six Flags World of Adventure alleen zelfs 70 miljoen dollar verlies, maar het was dat of gewoon uit de geschiedenis gewist worden. De groep bleef afslanken en op een bepaald moment werd zelfs paradepaardje Six Flags Magic Mounain te koop aangeboden. Tot een verkoop kwam het niet, want dit legendarische coasterpark is nog steeds in handen van de groep.

Was Six Flags in Europa een gefaald project?

De Europese parken, met uitzondering van Six Flags Holland, trokken nooit zoveel bezoekers als verwacht. Toch deden de parken het niet slecht en trokken de meesten een pak meer bezoekers dan voor de overname. Dat doet de vraag rijzen: wat als Six Flags geen geldnood had gekend in de Verenigde Staten en zich niet verplicht had gevoeld om de Europese tak te verkopen?

Iets wat minder goed was dan de stijgende bezoekersaantallen, was het imago dat Six Flags al snel kreeg. Zoals gezegd had de groep het imago van een jongerenpark te zijn (ook al bouwden ze nieuwe kinderzones) en lange wachttijden te hebben, maar ook gaven Belgen in enquêtes aan dat ze Six Flags Belgium het minst sfeervolle park vonden. Was het Amerikaanse park op Belgische bodem gedoemd om zijn bezoekers te verliezen zonder regelmatige mega-investeringen? We zullen het waarschijnlijk nooit zeker weten.

In ieder geval waren de grote attractie-uitbreidingen een paradox op zich. Zonder deze miljoenen uit te geven had Six Flags nooit zoveel bezoekers kunnen lokken in Europa, maar door zoveel in één keer te bouwen pleegden ze een ware aanslag op hun eigen kapitaal. Dit heeft zeker bijgedragen aan hun financiële problemen. Weet dat in de periode 2000-2003 er door Six Flags maar liefst tien nieuwe achtbanen openden in Europa. Daar komen de talloze andere attracties en parkinfrastructuur nog eens bovenop.

Waar alle experts het over eens zijn, is dat Six Flags te veel in één keer wilde en te veel naar eenheid zocht. Premier Parks stond ooit bekend als een groep die zijn parken hun eigen gang liet gaan, maar bij Six Flags zag je daar niets van terug.

De intrede van Six Flags in Europa was als een lucifer: het brandde heet, maar doofde snel. Er valt nog veel meer te zeggen over deze periode waarin er een ware aardbeving heeft voltrokken in pretparkland, maar we denken de essentie wel gevat te hebben. Pretparkland zou er totaal anders uitzien zonder dat Premier Parks ooit zijn oog had laten vallen op Six Flags en het is aan ieder voor zich om uit te maken of dat een betere toekomst zou zijn of net niet.

Meer artikels uit #1 (April 2017)

Met heel veel dank aan onze sponsors:

To Top