Laat ons in contact blijven!

Brakesection Magazine

Comics Station Antwerpen

#1 (April 2017)

Comics Station Antwerpen

Visual: Comics Station

Comics Station Antwerpen

Deze paasvakantie opent er in België een nieuw thema- en belevingspark in het Centraal Station van Antwerpen: Comics Station. Het park is opgebouwd rond zes Belgische striphelden (Suske en Wiske, Jommeke, De Kiekeboes, De Smurfen, Lucky Luke en Urbanus) die elk een eigen gethematiseerde zone krijgen met verschillende activiteiten.

Je vindt in Comic Station niet alleen mechanische attracties, maar ook allerlei interactieve elementen en doe-activiteiten die het (strip)verhaal echt tot leven brengen. In totaal zijn er een zestigtal attracties, verspreid over vier verdiepingen en 6000m². Genoeg dus voor uren familieplezier! Wij spraken met CEO Wim Hubrechtsen om het verhaal achter Comics Station te weten te komen.

Goeiemiddag Wim. Vertel eens, wanneer en hoe is het idee voor Comics Station ontstaan?

In het najaar van 2013 waren Jeroen Jespers en ik in gesprek met de grootste boekuitgever van de Benelux (WPG, het vroegere Standaard Uitgeverij) om strategisch advies te verlenen over hoe de uitgeverijen anno 2016 zouden moeten evolueren en voornamelijk wat ze met strips zouden kunnen doen. Strips zijn jarenlang de cash cow geweest van uitgeverijen en ze merkten toch dat dat nog altijd heel populair is, maar toch aan impact aan het verliezen was.

Letterlijk op een nacht kreeg ik het idee om een park te bouwen rond Belgische stripfiguren, want dat bestond nog niet. Een outdoor park is natuurlijk niet in één twee drie opgestart: de budgetten en de lead-time voor zulk project zijn veel groter, dus in diezelfde droom om een park uit de grond te stampen was een outdoor park al snel van tafel geveegd. Een indoorpark was dan logischerwijze het eerstvolgende waar ik aan dacht.

De volgende ochtend heb ik meteen mijn collega gebeld en gevraagd: “Wat denk je, een indoor park? We zouden daar toch eens over moeten nadenken.” Om 9u30 zaten we er al over te brainstormen en al om 11u30 stonden we hier al in het Centraal Station van Antwerpen.

Je zegt dat het idee voor een outdoor park meteen doorprikt werd, is het dan al altijd een droom geweest om een pretpark te openen of te runnen?

Ik heb altijd het voorrecht gehad om in de entertainmentsector actief te mogen zijn en ook om van dichtbij de exploitatie en de openingen van de Plopsa-parken mee te volgen. Mocht het ooit een droom geweest zijn, is die in zekere zin wel al ingevuld geweest. Het was zeker en vast geen streven om absoluut nog een nieuw park te openen. Het was eerder toevallig een idee dat me te binnen schoot en waarvoor ik en twee ex-collega’s de handen terug in elkaar hebben geslagen om onze schouders eronder te zetten.

Hebben jullie je gebaseerd op een bestaand concept of park?

We hebben eigenlijk een heel andere invalshoek dan de meeste andere initiatieven. Om het makkelijk te houden, hebben we tegen mensen gezegd dat we het midden houden tussen enerzijds Plopsa Indoor en anderzijds Technopolis in Mechelen. Steek die twee in een shaker en dat is wat wij gaan maken. Enkele opstellingen, digitale interactieve dingen, doe-activiteiten, maar ook thematisering en mechanische attracties. Op die manier zijn wij een nieuw, uniek concept dat nog nergens in de buurt te vinden is.

Was het Centraal station van Antwerpen jullie eerste keuze of waren er nog andere locaties in de running?

Het idee voor de huidige locatie kwam er meteen omdat we wisten dat we een park moesten bouwen dat centraal gelegen is in Vlaanderen en dat heel goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. Mobiliteit wordt hoe langer hoe meer een issue, net zoals de bereikbaarheid.

Antwerpen kwam daardoor uit de bus als de place to be, want dat blijft toch een beetje de enige grootstad in Vlaanderen en met het Centraal Station van Antwerpen zaten we qua mobiliteit ook perfect. We wisten van onze tijden bij Studio 100 dat maar liefst 60% van de bezoekers met de trein naar de shows in de Elisabethzaal kwam. Dat is hetzelfde publiek dat wij voor ogen hebben met Comics Station. Het Centraal Station leek ons dus geen gekke keuze om ons park te huisvesten.

Ik wist ook dat er achteraan het station een grote exporuimte was, dus we zijn dan op een dag hier naartoe gekomen om de hal waar we nu gebouwd hebben te bekijken. We zijn toen naar de laagste verdieping gegaan en zijn daar over een hek gekropen om de ruimte af te passen. Het bleek toen toch nog wel een redelijke oppervlakte te zijn, maar wel een oppervlakte die erg hoog was: 32 meter vrije hoogte. Toen ontstond het idee om in plaats van horizontaal te bouwen, er een verticale constructie van te maken.

Na wat rondgekeken te hebben, kwamen we de volgende dag terug met plooitafels en computers, we kropen terug over het hek en installeerden ons in de hal. Niemand die er ons wat van zei, er was zelfs een stopcontact voor onze computers (lacht). We hebben dan ter plekke een 3D-model getekend van de ruimte en zitten brainstormen over wat we met de locatie konden doen. Een dikke week later zaten we al bij de NMBS om het project voor te leggen en nog geen week later kregen we van de NMBS een principieel akkoord.

Hoe hebben jullie besloten rond welke figuurtjes jullie gingen werken?

We wouden een park bouwen rond stripfiguren, niet alleen met de karakters van WPG (Suske en Wiske, Urbanus, de Kiekeboes), maar met een greep uit alle populaire Belgische stripfiguren. Om die keuze te maken, zijn we gaan kijken welke strips het best verkochten, maar ook welke nog actief uitgegeven worden. Onze oudste figuren zijn Suske en Wiske en Lucky Luke dewelke al zeventig jaar of langer bestaan en ons jongste karakter is Urbanus die al 35 jaar strips uitbrengt. Deze stripfiguren bestaan al zo lang dat ze tijdloos en generatie-overschrijdend zijn. Ik denk dat we ons daar ook mee onderscheiden van andere initiatieven. Mijn grootouders kennen alle karakters, mijn ouders kennen alle karakters, ik ken ze allemaal en mijn kinderen kennen ze ook allemaal. Dat zijn vier generaties: dat is uniek.

Was het niet moeilijk om met alle uitgeverijen en rechtenhouders op één lijn te geraken?

De zes stripfiguren waarrond Comics Station is opgebouwd zitten bij vier uitgeverijen en zes families. Wij hebben met al die betrokken instanties contact gehad en dat ging enorm vlot, we zaten onmiddellijk op dezelfde golflengte en ze waren allemaal erg enthousiast over het idee. Het was ook de allereerste keer in de geschiedenis van de Belgische strip dat alle figuren samen in één project kwamen te zitten. We hebben ook een foto gemaakt waarop alle uitgeverijen voor de allereerste keer samen op de foto staan.

Om een goede verstandhouding en samenwerking met alle artiesten en uitgeverijen te garanderen, moet je ervoor zorgen dat je iedereen in zijn waarden en belangen houdt en daar zijn we goed in geslaagd.

Jullie zijn zoals je zelf zegt het eerste park dat meerdere stripfiguren met elkaar combineert, hebben jullie dan nu een alleenrecht op het gebruik van deze figuren in de sector?

Wij hebben daar uiteraard duidelijke contracten en afspraken rond gemaakt, wat kan en wat niet kan. Maar hoe meer er gebeurt rond de strip, hoe liever dat we het hebben.

Hebben de striptekenaars veel inbreng gehad en hebben ze zelf tekeningen voor Comics Station aangeleverd?

We hebben heel nauw met de rechtenhouders, de auteurs of de families ervan, samengewerkt om te kijken wat zij wouden, hoe het eruit zag, welke activiteiten ze in het park wouden steken, welk verhaal ze wilden brengen, enzovoort.

Het merendeel van de tekeningen zijn hier bij ons op het bureau gecreëerd. Weliswaar altijd in overleg en na goedkeuring van de rechtenhouders. Veel tekenaars zijn dagdagelijks bezig met strips te tekenen wat erg arbeidsintensief is, dus het is niet zo dat zij al dat extra werk voor Comics Station erbij konden nemen.

Mogen we Comics Station nu een pretpark noemen?

Wat we van het begin duidelijk wilden maken, is dat we geen attractiepark zijn. Mensen die naar hier komen met het verwachtingspatroon dat ze hier de grote rollercoasters zullen vinden, zullen teleurgesteld worden. We hebben enkele mechanische attracties in het park, maar deze zijn onderscheidend van de attracties in een klassiek pretpark in die zin dat je daar een attractie doet omwille van de attractie. Bij ons is de attractie een middel om het verhaal dat we vertellen extra kracht bij te zetten. Bezoekers zullen vaak de attractie zelfs niet zien totdat ze er in zitten.

Wat we wel zijn, is een thema- en belevingspark. ‘Thema’ omdat we uiteraard een gethematiseerd park zijn, ‘beleving’ omdat we de hele familie erbij willen betrekken. Alle activiteiten zijn zo ontworpen dat we de hele familie erbij betrekken, zo zit er in onze softplay een speciale route voor de volwassenen zodat ook zij tot boven kunnen geraken of om hun kind te evacueren (lacht).

Wat mogen we dan meer specifiek verwachten bij een bezoek aan het park?

We hebben zes gethematiseerde zones met elk een hoofdactiviteit, al dan niet met een attractie daarin verweven, waarin we je meenemen in het verhaal van het stripfiguur. Elke zone heeft ook een aantal kleinere nevenactiviteiten, in totaal goed voor zo’n zestig activiteiten doorheen het hele park, verspreid over 6000m². Daarnaast hebben we ook een aantal niet-gethematiseerde activiteiten zoals onze drie glijbanen waaronder de Comics Twist van 22,5 meter hoog en 51 meter lang, de hoogste indoor glijbaan ter wereld. Een ander voorbeeld is onze softplay van vijftien meter hoog, die zit verweven doorheen het hele park, rond de roltrappen en is op die manier uniek.

In onze Kiekeboe-zone hebben we in onze hoofdactiviteit een tien meter hoge droptoren in het donker zitten die voor een stuk gebruikt wordt als een soort van peoplemover om van het ene niveau naar het andere te gaan. Op een bepaald moment komt er echter een speciaal effect tezamen met verschillende projecties en dan val je uit het niets, totaal onverwacht, tien meter naar beneden. Dat lijkt niet hoog, maar doordat het zo onverwacht komt, voelt het heel intens aan.

Bij de Smurfen hebben we een darkride voorzien met decors en projecties waarbij de bezoekers een magische toverstaf krijgen waarmee ze de animaties van de Smurfen zelf zullen bepalen. Je zal ze kunnen helpen vruchten plukken, beschermen tegen Gargamel en uiteindelijk kom je in het dorp van de Smurfen uit waar een groot feest is en waar je onder andere vuurwerk zal kunnen afsteken.

Bij Lucky Luke zal er een shooting gallery te vinden zijn. Bezoekers zullen daar plaatsnemen op een zadel en het paard zal geprojecteerd worden op het scherm waar je zult deelnemen aan een schietpartij om de Daltons hun treinoverval te stoppen.

In de wereld van Suske en Wiske zullen de bezoekers in een soort van teletijdsmachine terecht komen. Je weet daar op voorhand niet welke deur er zal openen: die van het verleden of die van de toekomst. Verder zijn er ook een 4D-cinema, een funhouse rond Urbanus en bumper cars te vinden.

Hoe hebben jullie je attractie-aanbod geselecteerd?

We hebben het afgelopen jaar heel veel gereisd om bij alle fabrikanten te gaan kijken. We hebben ook niets uit een cataloog gekocht, maar alles is speciaal voor ons op maat gemaakt, omdat de locatie zo specifiek is.

Het Belgische bedrijf Alterface, onder andere bekend van Maus au Chocolat in Phantasialand, heeft voor de interactiviteit bij onze Smurfendarkride en shooterattractie van Lucky Luke gezorgd. De toverstaf voor de darkride heeft Alterface ook speciaal voor ons ontwikkeld met nieuwe technologieën. Voor het ritsysteem hebben we dan gekozen voor het Italiaanse Gosetto. We hebben bewust niet gekozen voor een trackless systeem omdat we beperkt zaten in de hoogte en om het feit dat een darkride mét track dummyproof is, het werkt altijd.

Er zijn trouwens volledig nieuwe voertuigen ontwikkeld voor de Smurfendarkride. We hebben niet op een bestaand voertuig verder gewerkt, maar zijn echt vanaf nul begonnen en hebben een vernieuwend concept ontwikkeld. We zaten namelijk met een aantal issues waar we rekening mee moesten houden zoals beperkte hoogte, beperkte oppervlakte en een bepaalde capaciteit die we wilden halen. Uiteindelijk is het ontwerp van het voertuig zo geworden dat er vier personen langs elkaar zullen zitten op een uitgeholde boomstam in plaats van twee rijen van twee personen. De wagentjes zullen ook zijwaarts bewegen van decor naar decor in plaats van vooruit. Dit nieuwe ritsysteem heeft veel voordelen: je moet de achterkant niet decoreren want de bezoekers zien dat toch niet, het in- en uitstappen gaat veel vlotter en er zit niets voor je in de weg wat het zicht belemmert. Er zijn zelfs al verschillende andere parken, wereldwijd, die interesse hebben in dit nieuwe systeem.

Ook het concept van de droptoren hebben we volledig zelf uitgetekend en de toren op zich is gebouwd door Moser Rides. De attractie is, gaande van de zitbank tot heel het mechanisme en de opbouw van de toren, een volledig nieuw ontwerp dat nog nooit ergens anders op die manier gemaakt is, opdat we het gewenste effect zouden bekomen.

Wat ook een speciale technologie is, is dat bezoekers bij aankomst een armbandje zullen krijgen met daarin een chip. Daarin zetten we enkele basisgegevens zoals taal en leeftijd om op die manier bijvoorbeeld de moeilijkheidsgraad van de activiteiten af te stemmen op de kinderen.

Lag de keuze van de attracties al van in het begin vast?

In de allereerste brainstorm zijn de meeste puzzelstukjes al bij elkaar gekomen. Ik denk dat als je ons businessplan van toen bekijkt en dat nu vergelijkt met wat het uiteindelijk is geworden, dat dat voor 95 procent zal overeenkomen. Het was dus al van in het begin vrij duidelijk waar we naartoe wilden.

Wie stond er in voor de thematisering van de attracties en het park?

Het merendeel van de thematisering hebben we laten uitvoeren door het Spaanse decoratiebedrijf Rocas & Design, een groot bedrijf dat ook al voor Disneyland en Legoland gewerkt heeft. In de thematisering hebben we ernaar gestreefd om alles zo dicht mogelijk bij de 2D-wereld van de strips te houden. Bij ons krijg je dus geen volledig gesculpteerde 3D-decors, want de strip is ook niet zo. We gebruiken enkel vlakke decors, weliswaar met niveaus erin zodat je op die manier wel perspectief krijgt.

Hoeveel bedraagt de totaalinvestering van Comics Station?

Die zit op 13,5 miljoen euro. We hebben heel hard onderhandeld om alles binnen dit beperkte budget te kunnen realiseren, want we hebben natuurlijk niet enkel de attracties moeten kopen, maar we hebben ook een heel gebouw moeten neerzetten. Langs de andere kant zal Comics Station als een soort van showroom voor alle betrokken bouwers gaan fungeren, omdat ze vrijwel allemaal nieuwe technologieën voor ons ontwikkeld hebben.

Wat was de grootste uitdaging bij de bouw van Comics Station?

Logistiek was de locatie een bijzonder moeilijke plaats om te bouwen, dat was niet zo evident en vergde heel wat denkwerk om alles in goede banen te kunnen leiden. Enerzijds zit je in een levend station te werken en anderzijds kunnen er geen grote kranen of bulldozers binnen. Alles moest dus in heel kleine afmetingen naar binnen gebracht worden en met kleine toestellen gehanteerd worden.

Verder was de korte timing ook een grote uitdaging, maar dat is eigen aan de sector. Er wordt tot de allerlaatste moment nog met man en macht gewerkt om alles op tijd af te krijgen. Er werd de klok rond gewerkt: ’s ochtends startten de eerste mensen om 5u30 en ’s nachts stopten de laatste om 3u en dat zeven dagen op zeven.

Het is misschien nog vroeg, maar zijn er al toekomstplannen?

Jawel! Het park is zo opgebouwd dat we de mogelijkheid hebben om in de toekomst heel veel dingen eraan te veranderen. Dat kan binnen een bestaande zone zijn, maar dat kan net zozeer zijn dat we een volledige zone kunnen veranderen. Bovendien hebben we nog twee bijkomende zones die momenteel nog niet ingevuld zijn en waar we in de toekomst het park nog verder mee kunnen uitbouwen. Op die manier zal er voor de bezoekers telkens iets nieuws te vinden zijn dat voor een verrassing zorgt.

Hoeveel bezoekers verwachten jullie in het eerste jaar?

We mikken tijdens het eerste openingsjaar op een 200 000 bezoekers, wat veel is maar wat wel haalbaar moet zijn in vergelijking met gelijkaardige initiatieven zoals Plopsa Indoor of Technopolis. We hebben ook capaciteitsberekeningen gemaakt en we schatten dat bezoekers een vier- à vijftal uren in ons park zullen verblijven. Bovendien kunnen we tot 2.000 bezoekers gelijktijdig in ons park verwelkomen.

Jullie hebben Zoo Antwerpen als buur, gaan er combitickets komen?

We kennen de mensen van de Zoo heel goed, we gaan dan ook heel veel dingen samen doen, maar van een combiticket zijn we beiden niet overtuigd. Op topdagen blijven mensen een drie à vier uur in de Zoo en bij ons schatten we dat de gemiddelde bezoekduur vier à vijf uur zal zijn. We denken dat dat combineren een te zware dag zal zijn voor het gezin, bovendien verspelen de ouders niet graag twee troeven in één keer.

Waar zijn jullie achteraf gezien het fierst op?

Goh, één ding eruit pikken is heel moeilijk, omdat iedere zone op zich uniek was en waar we fier over zijn. Maar we zullen vooral heel fier zijn als we de 25ste maart geopend zijn en nog fierder wanneer de mensen het tof vinden. We hebben ons uiterste best gedaan om er iets moois en tofs van te maken en vanaf het park open is, ligt het in de handen van de mensen. Zij maken of kraken het park met recensies.

Schrik voor een Yumble-verhaal?

Ik ben er in mei 2015 geweest en ik voelde meteen aan dat ze het niet gemakkelijk zouden krijgen. Om te beginnen hebben ze er véél meer geld in gestoken, het drievoudige van ons. Er was ook weinig of geen thematisering waardoor het een beetje sfeer miste. Ze pakten ook uit als het nieuwe revolutionaire pretpark, de nieuwe Efteling, waar ik mijn twijfels bij had met zo’n communicatie. Verder had ik toch best wel wat designerfouten in het park ontdekt, en ik hoop dat we die bij ons niet teveel hebben gemaakt. Designerfouten zijn aanwezig in elk pretpark ter wereld en de toekomst zal uitwijzen waar die bij ons zitten. We hebben ons uiterste best gedaan om er het beste van te maken, om al onze kennis van zaken te bundelen om tot een goed concept te komen en beter dan dit konden we het niet klaarstomen.

Om af te sluiten, heb je een leuke anekdote voor ons?

Bij de opbouw van onze drie glijbanen, moesten we op een gegeven moment onze dubbele familieglijbaan naar binnen hijsen. Als die letterlijk één millimeter groter was geweest, dan was die niet meer binnengeraakt. Om de laatste drie millimeter binnen te krijgen, zijn we vier uur bezig geweest! Op een bepaald moment hebben we met verschillende kranen de buis zó kunnen manoeuvreren dat hij toch binnen geraakte. Ik weet nog dat de fabrikant die langs mij stond wel tien keer gezegd heeft “Wim, het zal niet gaan.” Hij was alle noodscenario’s aan het bedenken, zelfs om het ding in de lucht kapot te snijden.

Bedankt voor je tijd, Wim, en we wensen jullie het allerbeste toe met Comics Station!

Meer artikels uit #1 (April 2017)

Met heel veel dank aan onze sponsors:

To Top