Laat ons in contact blijven!

Brakesection Magazine

In het archief: De bewogen geschiedenis van Walygator Parc

#5 (December 2017)

In het archief: De bewogen geschiedenis van Walygator Parc

Foto: Walygator Parc

In het archief: De bewogen geschiedenis van Walygator Parc

Walygator Parc heeft in juli 2017 een nieuw, bescheiden museum geopend over haar turbulente geschiedenis, waar Brakesection onlangs een bezoekje aan bracht. We doen in deze editie het verhaal van een pretpark met meer gedaanteverwisselingen op haar palmares dan een doorsnee kameleon, maar vooral met een enorm doorzettingsvermogen!

Het begon allemaal in 1983, toen Didier Brennemann en Gérard Kleinberg het toen nog jonge Europa-Park in Duitsland bezochten en op het idee kwamen om in de Franse Elzas een gelijkaardig pretpark op te starten. Op 8 februari 1985 worden de plannen voor een ‘smurfenpretpark’ op het Franse televisiejournaal uit te doeken gedaan. Het park zou oorspronkelijk ‘Le Nouveau Monde des Schtroumpfs’ gaan heten. De werken gingen van start in 1987. Twintig maanden bouwen en een budget van 720 miljoen Franse frank (of ongeveer 110 miljoen euro) later, was het park op 9 mei 1989 klaar voor haar officiële opening onder de naam ‘Big Bang Schtroumpf’!

De twee achtbanen van het park waren voor die tijd niet min: ‘Comet Space’, een tot op heden zeer soepele Vekoma looping/corkscrew, en de houten achtbaan ‘Anaconda’ (oorspronkelijke naam: Diplodocus), destijds de hoogste (36m), langste (1.200m) en snelste (90km/u) houten achtbaan van Europa!

Op dat moment was er nog niet veel concurrentie voor wat Europese houten achtbanen betreft, met voornamelijk heel oude banen die nog in gebruik waren in klassieke stadsparken als bijvoorbeeld Blackpool Pleasure Beach, Wiener Prater en Tivoli Gardens. De Anaconda is ondanks haar best indrukwekkende statistieken en prachtig uitzicht echter geen toonbeeld van soepelheid en heeft de twijfelachtige eer van verschillende keren de laatste plaats te bezetten in Mitch Hawkers’ Wooden Rollercoaster Poll, in het dubieuze gezelschap van bijvoorbeeld Coaster-Express (Warner Bros Madrid), The Bandit (Movie Park) en de Magnus Colossus (Terra Mítica).

In het park vond je bij opening ook de wereldwijd unieke ‘Sismic Panic’, een aardbevingssimulator in openlucht in het thema van het labyrint van Knossos op Kreta. Deze attractie werd gebouwd door een bedrijf gespecialiseerd in hydraulische opkriksystemen voor offshore boorplatformen.

Verder vond je de nog steeds bestaande draaimolen met vliegende pteranodons ‘Walynosaure’, die je toen nog in alle richtingen zelf kon besturen, en ook de enterprise ‘Reaktor’, die ondertussen in Walibi Holland te vinden is. Een topper was zeker ook de knappe rapid river van Soquet en treinbouwer Alsthom getiteld ‘Odissea’, die het klassieke mythische verhaal vertelde van de Odysseus van Homerus.

Big Bang Schtroumpf was op dat moment ook het enige park ter wereld met een licentie voor het gebruik van de Smurfen in een pretpark. Er werd dan ook een mooi smurfendorpje gebouwd met bijhorende tow boat ride en monorail.

Voor 1989 had het park een best knappe attractie-line-up. Men moet ook bedenken dat er op dat moment nog geen echt grote parken waren in Frankrijk: Parc Astérix was weliswaar 10 dagen (!) eerder geopend, maar Disneyland Parijs opende pas 3 jaar later. Het was ook één van de eerste themaparken in Europa. Zo waren er bij opening reeds vier duidelijk afgebakende themazones: ‘Het Dorp Van de Smurfen’, ‘Metal Planet’, ‘The Wild Continent’ en de ‘City Of Waters’, elk met prachtige concept arts die uiteindelijk al dan niet in detail werden uitgewerkt.

Met de – dacht men – perfecte ligging op het kruispunt van 2 belangrijke autostrades die Frankrijk, België, Luxemburg en Duitsland met elkaar verbinden, kon er niets misgaan met dit park en er was in dat openingsjaar dan ook gerekend op een toeloop van 1,8 miljoen bezoekers. In de eerste weken werd het park weliswaar overstelpt met bezoekers en kon het de massa bezoekers bijna niet aan, maar na enkele maanden nam het bezoekersaantal reeds sterk af, met als resultaat slechts 700.000 bezoekers aan het einde van 1989 die allemaal 95 FF (€14,5) hadden betaald, terwijl men 1,1 miljoen bezoekers moest halen om rendabel te zijn. Een zware misrekening dus. Na het eerste seizoen wordt de helft van het personeelsaantal reeds bedankt voor zijn diensten.

Overigens liep het voor dat andere nieuw geopende park in 1989 ook niet van een leien dakje, hoewel Parc Astérix kon profiteren van een betere ligging bij Parijs. Zij kregen 1,35 miljoen bezoekers over de vloer, maar hadden er 2 miljoen verwacht.

In seizoen 1990 wordt de situatie voor Big Bang Schtroumpf nog veel dramatischer en klokt men in oktober af op een rampzalig aantal van slechts 380.000 bezoekers. Op 26 oktober 1990 verplicht het Franse gerecht Big Bang Schtroumpf dan ook om de boeken neer te leggen, nauwelijks 17 maand na haar eerste opening, een bijzonder pijnlijke zaak.

Kangoeroe meets smurf!

Het einde? Geenszins, want daar komt onze dappere Belgische ondernemer en landelijke held Eddy Meeùs op de proppen: in december 1990 koopt hij het park voor een luttele 55 miljoen FF (7,5 miljoen euro) over en investeert bijkomend 81 miljoen FF in wat doorsnee extra attracties: een vrij standaard log flume, een koffiekopjesmolen, een bootjesglijbaan en een piratenboot. Trots plaatst Eddy “zijn” kangoeroe naast de Smurf en heropent het park op 20 april 1991 als ‘Walibi Schtroumpf’. Ondanks zijn investeringen ziet de ondernemer zelfs nog een mogelijkheid om de toegangsprijs te verlagen naar een luttele 75 FF per persoon (€11,43!). Zijn nieuwe formule resulteert in een gestage groei naar 400.000 bezoekers in 1998. In dat jaar opent Meeùs de Spaceshot ‘De Wraak Van Gargamel’, tot op heden één van de krachtigste Spaceshots. Commercieel bleek deze vrijevaltoren een heel goede zet, want die leidde tot nieuwe recordaantallen bezoekers van meer dan een half miljoen in de jaren 1999 en 2000.

Vaarwel Grote Smurf!

Op het einde van seizoen 2002 verviel de licentie voor de smurfen met Peyo, de geestelijke vader van De Smurfen, en wordt jammer genoeg beslist om deze niet te vernieuwen. Het park verwijdert alle referenties naar de geliefde blauwe mannetjes en heet vanaf nu Walibi Lorraine, naar de gelijknamige streek waar het park ligt. Samen met de naamsverandering wordt er in 2003 een tijdelijke Wild Mouse achtbaan van Mack geïnstalleerd naast de Comet Space: ‘Le Zig Zag’.

In 2005 wordt de unieke maar al bij al vrij saaie ‘Panique Sysmique’ vervangen door wat een ander probleemkindje zou worden: ‘Tang’Or’, een Huss Topple Tower, zoals we die terugvinden in Bellewaerde. Die zal echter vaker stilstaan dan werken en in 2014 – na maar liefst vier jaar stilstand – werd de Topple Tower definitief uit het park verwijderd om verscheept te worden naar Dragon Park in Vietnam.

In 2006 wordt de Walibigroep opgekocht door CDA – La Compagnie Des Alpes. Maar Walibi Lorraine wordt jammer genoeg niet in deze deal opgenomen: opnieuw lijkt een definitieve sluiting van het park nabij. Het park wordt uiteindelijk opgekocht door broers Claude en Didier Le Douarin, die reeds eigenaar waren van de winkels van het park.

Van wallaby naar (w)alligator

In 2007 opent het park met een nieuwe mascotte, een alligator, onder zijn ondertussen vierde naam Walygator Park! Ondanks het feit dat CDA niet blij was met deze erg op Walibi gelijkende naam en zelfs een gerechtelijk proces aanspande voor plagiaat, besliste de rechter uiteindelijk dat de naam toch behouden mocht worden. Er worden een aantal attracties toegevoegd, zoals een Family Coaster (een Pinfari Big Apple), een koggemolen en ook een permanent blacklight spookhuis ‘TerrorHouse’. In 2008 worden meer klassieke kermisattracties toegevoegd zoals een reuzenrad, een paratrooper en een polyp.

In 2010 ziet de familie Le Douarin een geweldige kans op groei voor het park: de enorme inverted-achtbaan ‘Orichi’ uit het failliete Expoland te Osaka, Japan, staat te koop op tweedehands.fr en voor een “luttele” vijf miljoen euro slaagt men erin om deze monsterlijke achtbaan van 1.200 meter lengte met 6 inversies de halve wereldbol over naar Frankrijk te verschepen, en zo de allereerste B&M-achtbaan ooit in Frankrijk te kunnen openen! Alle pretparkfans staan verstomd dat dit kleine park zoiets voor elkaar heeft gekregen.

Na enige tijd blijkt deze tweedehandsaankoop toch een bijzonder zware financiële dobber te zijn voor de eigenaars van het park: de baan blijkt toch niet de verhoopte aantallen bezoekers aan te trekken. Er zijn twee redenen hiervoor: enerzijds is de baan zeer intens en dus niet geschikt voor het familiale publiek van het park, anderzijds heeft het park last van een weinig positief imago en vrij geringe bekendheid bij het grote publiek.

Ook kreunen een aantal attracties onder hun ouderdom, technische problemen en gebrek aan onderhoud, waaronder Anaconda, Tang’or en DarkTower. Deze staan steeds vaker en langer stil (bij Anaconda soms letterlijk, waardoor de trein permanent met zandzakken verzwaard dient te worden om het parcours te halen), wat uiteraard ook niet tot tevreden bezoekers leidt.

Op 21 november 2012 wordt het park opnieuw onder financieel toezicht geplaatst en is nogmaals haar toekomst erg onzeker.

De rechtbank van Metz staat op 6 maart 2013 een doorstart toe aan Jacqueline Lejeune, Franck Déglin en François-Jérôme Parent, die het park overkopen voor de prijs van een klein appartementje: er wordt slechts €180.000 neergeteld! Wel wordt er meteen vier miljoen euro geïnvesteerd in de broodnodige renovatie van het park en er worden enkele bescheiden attracties toegevoegd, met name een indoor minigolf, een klimparcours en een draaimolen.

In 2014 wordt de futuristische zone vernieuwd en wordt er een nieuwe attractie geïnstalleerd: ‘G-Lock’, een Zamperla Airrace. In 2015 wordt de rapid river ‘Odissea’ omgebouwd naar een Jurassic Park-thema, compleet met de muziek van de gelijknamige film en statische dino’s. Ook wordt er een ‘DinoBike’ Zamperla Flying Bike-attractie geopend.

In 2016 wordt het park nogmaals verkocht, dit keer aan de Spaanse groep Aspro-Ocio, die onder andere de Anaconda laat vernieuwen en deze in 2017 opnieuw kan openen.

Het is knap dat een park dat in al deze jaren al vaak gevallen is, maar nog vaker de kracht vond om weer op te staan, de moed vindt om haar turbulente geschiedenis uitgebreid uit de doeken te doen in een klein maar verzorgd museum. Het toont ook aan dat niet elke grootse investering onmiddellijk een succesverhaal betekent en dat een pretpark uitbaten een risky business kan zijn.

Het 28-jarige Walygator park maakt anno 2017 overigens een zeer verzorgde indruk, met overal leuke muziek, frisse kleuren, zeer vriendelijk personeel en tijdens ons zaterdags bezoek ook zeer korte wachtrijen. Voor een prikje onbeperkt intens B&M’en in de ‘Monster’, nostalgische herinneringen ophalen aan Bobbejaanlands ‘Wervelwind’ of Walibi’s ‘Tornado’ in de ‘Comet’ of even lekker wegdromen van je volgend bezoek aan Universal Studios terwijl je John Williams’ magistrale ‘Welcome To Jurassic Park’ meeneuriet in ‘Dino Raft’; in Metz ben je daarvoor hopelijk nog voor vele jaren aan het juiste adres.

Meer artikels uit #5 (December 2017)

Met heel veel dank aan onze sponsors:

To Top